Pensioensector consolideert, maar dat verzwakt ook concurrentieprikkels

In het FD ziet Fieke van der Lecq, onder meer hoogleraar Pensioenmarkten aan de Vrije Universiteit Amsterdam, een grote gelijkenis tussen de consolidatieslagen in de pensioensector en die in de zorg. Schaalvergroting, evenals de bijkomende standaardisering, biedt veel voordelen, zo erkent Van der Lecq, maar tegelijkertijd wil ze waken voor een te grote verzwakking van concurrentieprikkels.

21-10-2019 | 10:36

Tot een jaar of twintig geleden waren er ruim duizend pensioenfondsen in Nederland. Sindsdien is het hard gegaan met de consolidatie en is het aantal fondsen al onder de tweehonderd gezakt. Deels is dat ingegeven door de onontkoombare automatisering, deels ook door de toenemende complexiteit van modern fondsbeheer. Terwijl kleinere fondsen zich opheffen, kiezen grotere fondsen voor samengaan. Vanuit de vakbeweging wordt ingezet op zogeheten magneetfondsen die complete sectoren bedienen. Deze consolidatietendens is deels analoog aan die van de zorgverzekeraars. Zo’n jaar of tien geleden consolideerde die markt heel snel. Veel kleine regionale zorgverzekeraars gingen op in grotere landelijke zorgverzekeraars, maar de onderlinge concurrentie bleef toch gewaarborgd doordat er jaarlijks een bepaald percentage van de verzekerden overstapte. 


Saillant verschil: pensioendeelnemers kiezen niet hun fonds
Een verschil tussen pensioenen en zorg is dat pensioenregelingen veelal collectief worden afgesloten, terwijl zorgverzekeringen individueel zijn. In collectieve regelingen vindt herverdeling plaats en die is gebaseerd op onderlinge solidariteit. Dat verschil wordt kleiner als er meer mogelijkheden komen voor de zogeheten verbeterde premieregelingen, zoals in het pensioenakkoord wordt voorgesteld. In deze regelingen bouwen mensen individueel hun pensioen op, waardoor zij tijdens hun loopbaan in beginsel gemakkelijk van fonds kunnen wisselen. Individuele pensioenregelingen worden dan wel gelijkvormiger, anders wordt de uitvoering te duur. De overgebleven pensioenfondsen krijgen dus een bedrijfsmatiger karakter. Zij hoeven echter voorlopig niet om ‘klanten’ te concurreren, want pensioendeelnemers mogen hun fonds niet kiezen. Het blijft daarom belangrijk dat er markttoezicht is op de fondsen, zodat zij zo efficiënt en effectief mogelijk werken.

Marktfalen: het risico van schaalvergroting
Of pensioendeelnemers ooit zelf kunnen overstappen, zoals bij zorgverzekeraars, is een open vraag. Een zorgverzekering (schadeproduct) werkt anders dan een pensioenregeling (levenproduct), want bij een schadeproduct kan na enige tijd de balans tussen premies en uitkeringen worden vastgesteld. Bij een levenproduct moet er decennia vooruit geld worden gereserveerd en belegd. Dan is die relatie moeilijker te leggen, zeker als er ook herverdeling plaatsvindt, al dan niet via een buffer. De analogie gaat daarom niet helemaal op. Wel geldt voor zowel de zorgverzekeraars als de pensioenfondsen dat er ook bij hun dienstverleners – zoals uitvoeringsbedrijven, administratiebedrijven en IT-leveranciers – consolidatie heeft plaatsgevonden. Schaalgrootte geeft onderhandelingsmacht en is daarmee van belang voor het realiseren van goede kwaliteit tegen lage uitvoeringskosten. Omgekeerd is marktmacht een risico als daarmee de onderlinge concurrentie wordt beperkt.

Bron: Fieke van der Lecq, “Pensioensector volgt ontwikkelingen in zorg: van consolidatie komt standaardisatie”, Financieele Dagblad, 9-10-2019.