Toelatingseisen

Inleiding

Wat is effectief leiderschap? Hoe organiseer je innovatie? Op welke wijze worden bedrijfsprocessen verbeterd met ICT? Hoe spelen financiële instellingen in op de Europese eenwording en regelgeving?

Sinds februari 2000 biedt de School of Business and Economics opleidingen aan die toegespitst zijn op de bedrijfskundige vraagstukken. De School heeft de ambitie om voor dienstverlenende organisaties in Nederland een herkenbare en gerenommeerde instelling te zijn die hoogwaardig onderwijs biedt, gericht op organisatie- en managementvraagstukken in deze snel groeiende sector.

De parttime opleiding MSc in Business Administration is een wetenschappelijke master. Dat betekent dat het onderwijs is gebaseerd op en wordt gevoed door onderzoek. De opleiding is geschikt voor hen die behoefte hebben aan academische kennis en kunde op het gebied van strategie & organisatie, economie, technologie en gedragswetenschappen.

De Master of Science in Business Administration van de VU is geaccrediteerd door de NVAO (Nederlands-Vlaams Accreditatie Organisatie).


Toelatingseisen


De criteria voor toelating tot de parttime Master of Science in Business Administration zijn:

  • Tenminste een bachelor diploma (*) in een economische, bedrijfskundige, technische of sociale discipline als vooropleiding (**)
  • Minimaal drie jaar post-bachelor werkervaring in een voor de bedrijfswetenschap relevante functie, zoals (project)manager, staffunctionaris of (beleids)adviseur
  • Academisch werk- en denkniveau en een duidelijke motivatie om aan de opleiding deel te nemen

(*) HBO-bachelors dienen rekening te houden met een extra studielast van ongeveer een half jaar.
(**) Indien studenten beschikken over een ander diploma dan hier genoemd, dan beslist de toelatingscommissie of ze al dan niet toegelaten worden tot de opleiding.

HBO-diploma of ander wo-bachelordiploma?

Indien u een hbo-diploma of een ander dan hierboven genoemd wo-bachelordiploma heeft kunt u onder voorwaarden toch worden toegelaten. De toelatingscommissie beoordeelt aan welke aanvullende eisen moet worden voldaan en welke onderdelen van het deficiëntieprogramma gevolgd moeten worden.